Brook Preloader

De kleine dood

De afgrond en de buitenkans

De afgrond en de buitenkans is de aansporing om voluit te leven en daarin het beste van jezelf te geven: ‘ja’ te zeggen tegen je verlangens, je creativiteit, je dromen, je idealen; een houding te omarmen waarin het leven een uitdaging is, een geschenk van het mysterie. De dood nodigt je uit om in volle overgave te leven (Dagboek van de ziel pag. 169)

Leven in overgave: dat vraagt om de torens van zekerheden die we bouwen, de vaste vormen waarin we ons verschansen, te verlaten. Maar dat is lastig, want juist aan langdurig bestaande, vaste vormen ontlenen we zekerheid. Of die vormen nu relaties, een baan, een bankrekening is, een werkmethode of een bepaald beeld dat we van onszelf hebben of van hoe anderen zijn: ook al is het niet ideaal, je weet wel wat je hebt. Die voorspelbaarheid geeft een gevoel van controle, van macht over ons lot.

kleine dood blog

schilderij van Annemieke Ros

Wanneer je kijkt naar de natuur, zie je dat alles onderworpen is aan de wet van expansie en contractie, de boog van opgaan, blinken en verzinken. Een mierenpopulatie, een berg, eb en vloed, de maan, organisaties, planten en het leven van een mens. Een keer per jaar ga ik naar Schiermonnikoog en dan loop ik een grote wandeling langs dat lange, lege strand. Ik herinner mij dat ik er liep en steeds naar de golven keek. Ze verhieven zich, kwamen tot hun uiterste uitdrukking, braken en gingen weer op in de grote zee. En dan was er weer een volgende golf en weer een en weer een. In mij verschoof iets, ik ervoer hoe ik zelf deel was van die eindeloze golfslag van creatie en destructie, zelf een golf was en tegelijkertijd ook waterdruppel, eeuwig deel van de zee.

Te leven als een druppel in de zee, opgaand in de golf en weer terugzinkend, te leven in het volle bewustzijn van de vergankelijkheid zonder nihilistisch te worden, je met hart en ziel te geven aan het moment van het nu, zonder te grijpen, dat is wat Pema Chödrön spiritueel krijgerschap noemt, en wat je ook ‘het sterven van de kleine dood’ kunt noemen. Dat is heel erg moeilijk op de momenten dat de oude vorm weg is en de nieuwe er nog niet is. Het moment dat je ontslagen wordt, je partner je vertelt dat hij verliefd is op een ander, of – veel kleiner – als er in een groep mensen een stilte valt, omdat niemand weet wat hij op dat moment moet zeggen: het bekende en voorspelbare houdt op dat moment op te bestaan. Als de wereld die je kende instort, in het groot of in het klein, dan kom je op de drempel van het onbekende te staan. Even vangen we een glimp op van de leegte, die voelt als een afgrond.

Jan Bor schrijft daarover in zijn boek ‘Op de Grens van het Denken, de Filosofie het Onuitsprekelijke’:

Wat is de strekking van deze ervaring, waar we zo voor weglopen? Dat achter het masker van onze identiteit, ons ik, een afgrond schuilgaat. Daarmee staan we nu oog in oog. Zeker, voor het ontstaan van het conflict zijn bepaalde oorzaken aan te wijzen. Maar deze zeggen ons niets van de strekking van wat we ondergaan. Immers, de 2 leegte die ons nu overvalt heeft geen oorzaak, noch buiten onszelf, noch in onszelf, ze is onbepaald. Wat is, los van alle beelden omtrent jezelf, los van al je identificaties, los van de verschillende categorieën waarin je jezelf plaatst, los van elk houvast, gestript van de verschillende rollen die je speelt, je echte zelf? Wie ben je in je voor niemand te vatten uniciteit? De toegang daartoe is je Godgegeven eenzaamheid. In die eenzaamheid ligt de ingang tot het besef wie je in diepste zin bent.

Het blijven staan op deze drempel, de leegte aan te zien en de angst te verdragen is het sterven van de kleine dood. Dit is niet alleen naar en moeilijk: het is ook een mogelijkheid jezelf te leren kennen voorbij het alledaagse vormen, erachter te komen wie jij bent, los van houvast. Door niet naar een nieuw houvast te grijpen, maar door met elke ademtocht opnieuw te ontspannen in de angst en in de leegte, ga je langzaamaan dieper wortelen. Je leert vertrouwen, niet in de vormen, maar in de levensstroom, het onbekende mysterie waar de vormen uit voortkomen en weer in verdwijnen. Heel langzaam gaat dan vertrouwen groeien. Ik citeer weer Jan Bor:

Ik heb mijn diepste vertrouwen in het onbekende gesteld en juist wanneer iedereen je verlaten heeft, de grond onder je voeten is weggevallen en je geen enkele uitweg meer ziet, gebeurt het wonderbaarlijke: je beseft je diepe en innige verbondenheid met het mysterie van het bestaan. Niet met deze of gene persoon, of dit of dat object, maar met het wonder dat al die dingen en mensen er zijn, ofwel: door in die eenzaamheid te springen, in dat unieke, ongrijpbare en onkenbare dat je bent, die mogelijkheid waarvan Kierkegaard gewag maakt en die in het boeddhisme leegte wordt genoemd, ontdek je jouw verbondenheid met het even unieke, ongrijpbare en wonderlijke van, in principe, iedereen en alles om je heen.

Stervend, van moment tot moment, worden we steeds opnieuw geboren. Dan kunnen we liefhebben zonder te willen bezitten en verlangen zonder te grijpen, levend in overgave.

Meer informatie of aanmelden?