Brook Preloader

Ommekeer

Ons geboortegeschenk

Voordat de mens werd geschapen, zo zegt de Joodse mystieke traditie, schiep God de mogelijkheid tot ommekeer. Het is ons geboortegeschenk. Wij hebben vrije wil gekregen en kunnen steeds kiezen, elk moment, nú: ons afwenden van het licht van onze ziel, of ons ernaar toe wenden.

Als wij kunnen kiezen, waarom kiezen we dan niet gewoon direct voor het licht, de staat van verlichting? Omdat er ook krachten zijn in ons die ons van het licht weg trekken. Dit zou je het kwaad kunnen noemen, negativiteit, de ontkenning van het licht, het ‘niet-licht’.

ommekeer

schilderij van Annemieke Ros

Bij de een krijgt het niet-licht de gestalte van drammer, bij de ander die van de eeuwige twijfelaar die gebukt gaat onder zelfkritiek, bij weer een ander die van manipuleerder, die niet zegt wat hij wil en de ander vervolgens een schuldgevoel geeft omdat die niet aanvoelt wat hij nodig heeft. De vormen zijn eindeloos, maar de kern is steeds dezelfde: dat je je hart afsluit voor contact en daarmee kwetsbaarheid, dat je liever de controle houdt dan dat je je verbindt. In het contact met ons niet-licht hebben we vier vluchtwegen, die we soms ook alle vier achter elkaar benutten:

Uitleven: Het neemt je over, en als je toch bezig bent, dan ook maar helemaal. Het is sterker dan jij, je bent ‘zelf’ gewoon even niet thuis. De ander maakt het er ook naar, overigens. Wat verwacht hij nou, als hijzelf zo ... doet? Een tweede is het bagatelliseren: Iedereen doet wel eens lullig, en trouwens, er zijn mensen die wel ergere dingen doen. Een snelle wegwimpeling en het rotgevoel is weg. Als je wordt aangesproken kun je zeggen; ‘ja sorry hoor’, of ‘zo ben ik nu eenmaal, dat weet je toch?’. De derde vluchtweg is je schuldig voelen: Jezelf op de kop geven en in het vervolg nog beter je best doen de volgende dag. Dat heeft bovendien als voordeel dat je ook nog je best loopt te doen en jezelf al op de kop geeft, dus de ander moet niet zeuren. Jij vindt jezelf ook al slecht, dus je verwacht van de ander dan toch eerder steun! Tot slot kun je nog besluiten je slechte eigenschappen gewoon te onderdrukken: je stopt het weg, of ontkent dat je het doet.

In David Coopers boek ‘God is een Werkwoord’ staat een ontroerend verhaal over het hart van het negatieve. De jonge Israël - die later de beroemde rabbi Baal Shem Tov zou worden - ontmoet de Duivel. De duivel heeft de gestalte aangenomen van een weerwolf en staat in al zijn verschrikking voor hem. In plaats van weg te lopen of te bezwijken, stapt Israël op de weerwolf af. Het wordt zwarter dan zwart om hem heen, geen glimpje licht is er meer. Dan strekt Israël zijn hand uit, en pakt het hart van de duivel uit het lichaam van de weerwolf. Hij stapt achteruit, en staat met dat hart in zijn hand. Dit is zijn kans om het kwaad te vernietigen. Dan ziet hij één druppel bloed uit het hart opwellen, het stroomt over zijn hand en valt op de grond. Israël voelt zoveel compassie, dat het niet mogelijk is voor hem het hart te vernietigen. Hij legt het op de grond, en de aarde neemt het op. Zo is het kwaad in de wereld gebleven, kan je zeggen.

Maar zó kan je ook met het kwaad omgaan. Het laat ons een andere benadering zien: Niet vluchten, maar kijken. Niet veroordelen, maar werkelijk ontmoeten. Niet je laten afschrikken, maar het binnengaan, om het hart ervan te leren kennen. Een meditatieve houding, waarin je blijft staan in de spanning, zonder beelden te maken of conclusies te trekken. Dan, als je zo blijft staan en uitreikt naar het hart van deze negatieve kant van jou, ontmoet je misschien de druppel bloed in de kern ervan.

Met mededogen kunnen kijken naar dat waar je het meest last van hebt in jezelf, en tegelijkertijd ten volle de prijs te zien die je ervoor betaalt: Dat is het begin van ommekeer.

Meer informatie of aanmelden?